Vragen & antwoorden voor scholen

Wat is onderwijs?

Het onderwijs is het overbrengen van kennis, vaardigheden en attitudes met vooraf vastgelegde doelen. Daarbij houdt men rekening met een beginsituatie, volgt men een onderwijsstrategie en worden de resultaten geëvalueerd, onder meer door toetsing, zelfevaluatie en peerevaluatie (collegiale toetsing). Onderwijs wordt binnen een door de overheid bepaalde structuur gegeven door personen die daarvoor speciaal zijn opgeleid, zoals onderwijzers, leraren en docenten.

Wat is passend onderwijs?

Passend onderwijs is een onderwijsideaal van sommige onderwijskundigen om leerlingen minder frequent te laten doorstromen naar speciaal onderwijs door binnen een reguliere school mogelijkheden te creëren om op een eigen manier en tempo kennis op te doen.

Doel van adaptief onderwijs is onder meer: De leerling te laten leren door informatie dusdanig aan te bieden dat het bij de leerling past met als visie dat de leerling beter leert als de leerstof op de leerling is afgestemd en op zo’n manier wordt aangeboden dat het de interesse van de leerling heeft. Kennis en lessen minder statisch maken, maar door samenwerken, afwisseling en proefjes de leerling enthousiasmeren voor datgene wat geleerd moet worden. Het aanspreken, stimuleren en ontwikkelen van de eigen verantwoordelijkheid en zelfvertrouwen van de leerling.

In de basis geldt het volgende: noodzakelijke ondersteuning die primair gericht is op het doorlopen van  het onderwijsprogramma valt onder de zorgplicht van de Wet Passend Onderwijs. Het gaat hierbij om ondersteuning gericht op het volgen van onderwijs en om de leerling verder te helpen in zijn onderwijsontwikkeling. Dat de ondersteuning een bijdrage kan leveren aan de ontwikkeling op andere leefgebieden, doet daar niet aan af. Is extra ondersteuning ook op andere gebieden nodig? Dan kan de gemeente verantwoordelijk zijn. Er is wel sprake van een grijs gebied. Op sommige punten binnen de twee wetten lopen de verantwoordelijkheden van het onderwijs en de gemeenten in elkaar over. Dit leidt tot onduidelijkheden bij onderwijs en gemeente over inzet en financiering van extra ondersteuning aan jeugdigen.

Daarom is onderstaande opgesteld en ook terug te vinden in de producten en voorwaarden tot inzet op de percelen voor inzet gespecialiseerde jeugdhulp. Als een leerling extra ondersteuning nodig heeft, boven op de basisondersteuning zoals beschreven in  het ondersteuningsplan van het samenwerkingsverband, dient een OPP te worden opgesteld. Het OPP is een werkdocument en omvat naast het ontwikkelingsdeel (denk aan belemmerende en stimulerende factoren) een planningsdeel (uitstroom, doelen en beredeneerd aanbod) en een evaluatiedeel. Zo moet duidelijk worden wat de school inzet om doelen met de leerling te bereiken. Het OPP dient in gezamenlijkheid met ouders te worden opgesteld. Ouders moeten instemming verlenen op het handelingsdeel (de individuele ondersteuning die de leerling krijgt). Er dient ook een OPP te zijn bij uitval/extra ondersteuning in het onderwijs en voor een aanvraag voorziening uit de eugdwet.

Er zijn twee varianten. Kinderen die niet meer naar school kunnen en kinderen die gedeeltelijk niet naar school kunnen.

Kinderen die gedeeltelijk niet naar school kunnen (onderwijstijdvermindering, variawet):
1. School moet de ondersteuningsbehoefte vaststellen en vastleggen in een OPP van de leerling die extra ondersteuning nodig heeft boven op de basisondersteuning;
2. School moet onderbouwen dat ze handelingsverlegen is en dit moet schriftelijk vastgelegd worden;
3.School moet schriftelijk vastleggen dat school geen passend onderwijsaanbod kan realiseren;
4. School dient de leerplichtambtenaar betrokken te hebben voor advies en consultatie (moeten er nog meer stappen genomen worden, is alles genomen) en het samenwerkingsverband passend onderwijs;
5. Voor terugkeer naar het onderwijs ligt er altijd een onderbouwd plan en een tijdspad opgesteld door school;
6. Als de jeugdige gedeeltelijk geen onderwijs kan volgen ligt er een verklaring onderwijstijd vermindering van de onderwijsinspectie (variawet); dit vraagt school aan;
7. Jeugd Lelystad doet onderzoek en beoordeeld of en welke gespecialiseerde jeugdhulp vanuit de jeugdwet wordt ingezet.

Als blijkt dat de jeugdige geen onderwijs meer kan volgen op de school van inschrijven dan gelden bovenstaande stappen 1-7 en onderstaande moet ook door school worden geleverd.
School moet op zoek gaan naar een passende onderwijsplek indien noodzakelijk;
– In kader van regulier onderwijs. School moet bespreken met ouders indien gedacht wordt aan SBO, SO of VSO en vraagt zo nodig een  Toelaatbaarheidsverklaring (TLV) aan;
– School kan pas tot en uitschrijving overgaan als er bewijs van een nieuwe inschrijving is op een andere school;
– Belangrijkste les, school heeft en houdt de regie en neemt stap1 tot en met 6.

Kinderen die niet meer naar school kunnen (ontheffing leerplicht wet):
1. School moet de ondersteuningsbehoefte vaststellen en vastleggen in een OPP van de leerling die extra ondersteuning nodig heeft boven op de basisondersteuning;
2. School moet onderbouwen dat ze handelingsverlegen is en andere vorm van onderwijs niet meer kan of passend is, dit moet schriftelijk vastgelegd worden;
3.School moet schriftelijk vastleggen dat school geen passend onderwijsaanbod kan realiseren;
4. School dient de leerplichtambtenaar betrokken te hebben voor advies en consultatie (moeten er nog meer stappen genomen worden, is alles genomen) en het samenwerkingsverband.
5. Voor terugkeer naar het onderwijs ligt er altijd een onderbouwd plan en een tijdspad opgesteld door school;
6. Als de jeugdige geen onderwijs kan volgen ligt er een verklaring van een onafhankelijke arts die dit bevestigt (ontheffing leerplicht wet) deze wordt door ouders aangevraagd indien noodzakelijk;
7. Jeugd Lelystad doet onderzoek en beoordeeld of en welke gespecialiseerde jeugdhulp vanuit de jeugdwet wordt ingezet.

Inhoudsopgave